HET UNIVERSELE HUIS VAN GERECHTIGHEID
4 januari 2026

Aan de bahá’ís van de wereld

Innig geliefde vrienden,

1. Vijf dagen van intensieve consultatie door de Continentale Raadgevers die hier in het Heilige Land zijn samengekomen voor hun conferentie over de volgende fase van het Negenjarenplan, zijn vandaag tot een afronding gekomen, en aan het slot van die veelbelovende bijeenkomst zenden wij u deze boodschap. Wij hebben van de Raadgevers verslagen gehoord van uw vele inspanningen, van de vooruitgang die op uiteenlopende gebieden wordt geboekt, en van de wijze waarop deze heeft bijgedragen aan een bloeiend leerproces op ieder niveau van de gemeenschap. We zijn verheugd over beschrijvingen van hoe, door verschillende vormen van samenwerking, de gemeenschap zelf steeds duidelijker tevoorschijn treedt als een zichtbare voorvechter bij het werk van het Plan. En wij hebben ons verwonderd over wat er gebeurt binnen bevolkingsgroepen die in zeer hoge mate deelnemen aan bahá’í-activiteiten, op plaatsen waar de relatie van de gemeenschap met de samenleving zich verdiept en zich in hoog tempo ontwikkelt.

2. De significante bijdrage die de Raadgevers zelf aan deze vooruitgang hebben geleverd, bij al hun inspanningen kundig geleid door het Internationaal Onderrichtscentrum, is onmiskenbaar. Wij zijn getroffen door de scherpzinnigheid van hun waarnemingen en de helderheid van hun reflecties, beide doordrongen van hun oprechte liefde voor de gemeenschappen die zij dienen. De basis voor hun consultaties was de boodschap die wij op de openingsdag van hun conferentie tot hen hebben gericht en die onmiddellijk naar alle Nationale Geestelijke Raden werd gestuurd zodat die zonder uitstel met u kon worden gedeeld. Vrijwel onmiddelijk stroomde een ware vloed aan berichten binnen over de studie van de boodschap door groepen enthousiaste vrienden, zelfs door hen die voor andere doeleinden bijeen waren gekomen. Wij waren diep geraakt door deze wijdverbreide tekenen van een verlangen om snel te begrijpen wat de bahá’í-wereld in de afgelopen vier jaar heeft geleerd en wat er moet worden gedaan om het Plan in de komende vijf jaar verder vooruit te brengen. Dit zal eveneens het aandachtspunt zijn van een reeks institutionele bijeenkomsten die in de komende maanden zullen worden gehouden, tijdens welke de Raadgevers ongetwijfeld inzichten zullen delen die uit hun beraadslagingen hier zijn voortgekomen.

3. Met Riḍván zal de eerste fase van het Negenjarenplan worden afgerond en zal de tweede fase van start gaan. Dit moment van vooruitgang is een uitgelezen moment om in gesprek te gaan met de vele zielen in wier gezelschap het Plan vier jaar geleden werd gelanceerd, en wier aantal sindsdien is aangegroeid met talloze nieuwe vrienden die zijn aangetrokken tot devotionele bijeenkomsten, educatieve activiteiten en andere bahá’í-initiatieven. Wij nodigen allen uit om gezamenlijk te reflecteren op wat er is geleerd en tot stand is gebracht, hetzij bij daartoe bestemde gelegenheden, hetzij tijdens reguliere gemeenschapsbijeenkomsten of bij elkaar thuis. En wanneer u stilstaat bij de betekenis van deze wereldwijde onderneming, zijn wij ervan overtuigd dat u ook zal willen nadenken over hoe uw eigen acties, en die van uw huishouden en uw gemeenschap, kunnen bijdragen aan de verwezenlijking van het doel van het Plan.

4. “Het is aan de Ware om te openbaren,” heeft Bahá’u’lláh verklaard, “en aan de mensen om te verbreiden wat is geopenbaard.” De toegewijde, bezielde en diverse inspanningen die worden verricht om aan ieder ontvankelijk hart over te brengen wat de Ware heeft geopenbaard – om een gekwelde mensheid hoop te bieden, om het middel aan te reiken om een bewuste voorvechter te zijn in het werk van wereldwijde geestelijke vernieuwing – vormen een blijvende bron van bewondering en verwondering, van vreugde en dankbaarheid. Dat zijn de gevoelens die ons hart op dit moment vervullen en waarmee wij Bahá’u’lláh later vandaag in Zijn Heilige Graftombe zullen smeken om u zegeningen te zenden vanuit Zijn onmetelijke genade.

[Getekend: Het Universele Huis van Gerechtigheid]